logo TO wit

Macro objectief

Macro-objectieven worden gebruikt om afbeeldingen te maken die even groot of zelfs groter zijn als in werkelijkheid. Bij een afbeeldingsmaatstaf van 1:1 wordt het onderwerp door de "macrolens" net zo groot op de sensor afgebeeld als het onderwerp zelf. Een klein onderwerp groter afbeelden kan natuurlijk ook door het heel groot af te drukken, maar dat is kwalitatief veel minder mooi.

Onderwerpsafstand

De onderwerpsafstand is de afstand van het onderwerp tot aan de voorste lens van het objectief. In het algemeen kan een groothoekobjectief dichter op een onderwerp worden gebruikt dan een telelens. 
Een macro-objectief maakt het mogelijk op een werkbare afstand een onderwerp te fotograferen. Een korte macro, vaak 35mm in kleinbeeldformaat, kan tot enkele centimeters van het onderwerp worden gebracht. De afstand is dan nog zo ruim, dat een schaduw van het objectief zelf niet op het onderwerp hoeft te vallen. Voor heel spannend macrowerk is een 100mm vaak geschikter. Die kan op tientallen centimeters afstand van het onderwerp worden gehouden, terwijl dat onderwerp toch meer dan levensgroot in beeld komt. Bij het fotograferen van insecten is zo'n lange macro duidelijk in het voordeel.

atxm100 20010101 MG 2476Tokina AT-X Macro 100 mm AF PRO D @ f/5

Scherptediepte

Macrofotografie betekent dat je heel dicht op je onderwerp zit. Hoe dichterbij je bent, hoe kritischer de scherpte wordt. Een millimeter voor of achter het belangrijkste beeldelement scherpstellen kan een opname al verpesten. Een goede macro-lens heeft een flink diafragmabereik. Bij voorkeur begint het met een maximale lensopening, zoals f/2.8 en loopt het diafragma door naar f/22. Door de maximale lensopening (f/2.8) te kiezen, kan je een mooie, zachte onscherpe achtergrond bereiken. En een kleine lensopening (f/11) maakt bij het heel dichtbije werk een wat ruimere scherptediepte mogelijk.

Vergrotingsfactor

Als de afbeelding van het onderwerp op de sensor tenminste net zo groot is als het onderwerp zelf spreken we officieel van macro. Als onderwerp en afbeelding precies even groot zijn is de factor 1:1. Een fijne macrolens is in staat het onderwerp nog groter weer te geven: uit te vergroten dus. De spectaculaire foto's die je soms ziet van de facetogen van insecten of de kaken van een spinnetje zijn in het algemeen met zo'n vergrotende macro gemaakt. Een factor van 1:2 drukt uit dat de afbeelding van het onderwerp tweemaal zo groot is als het onderwerp zelf. 

Ontmoet ons

  KT photocontest wide400 20170704 bann veluwse