logo LEDGO white

Levensduur

Ledlampen gaan veel langer mee dan gloeilampen, halogeenlampen en flitsers. De eerste twee omdat die lampen zelf na een zeker tijdsverloop opgebrand zijn, de laatste omdat de elektronische schakeling(en) in de flitser het begeven. Halogeenlampen en flitsers zijn daarnaast veel kwetsbaarder dan een goed gebouwde ledlamp.
De technische levensduur van een led is afhankelijk van de gebruikstemperatuur, de doorgevoerde stroom en de koeling. Gebruikstemperatuur en stroom zijn door de fabrikant aangebrachte factoren en die zal ook maatregelen voor koeling hebben genomen. Dat kunnen ventilatieopeningen in het armatuur zijn of warmtegeleidende verbindingen tussen de chip waarop de led gemonteerd is en het huis. Meestal een combinatie van beide. Een led wordt efficiënter naarmate de werktemperatuur lager wordt en slijt sneller naarmate de werktemperatuur hoger is. Het is daarom onverstandig een ledlamp tijdens gebruik de ruimte te geven.

Halfwaardetijd

Men drukt de levensduur van een led uit in een halfwaardetijd. Dat is het aantal uren dat een led kan branden tot hij nog maar de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid licht uitstraalt, dat is 50% en het getal is dan L50. De halfwaardetijd varieert zeer sterk per gebruikte soort led (lichtkleur en sterkte) en kent een bandbreedte van 5.000 tot 150.000 uur. Spotgoedkope ledlampjes, vaak te vinden in zaklampjes, kerstverlichting en speelgoed bereiken hun halfwaarde al na enkele jaren. Maar meestal gaan ze nog minder lang mee, omdat de elektronica en/of constructie onder de maat is. Goede fabrikanten onderscheiden zich hiervan door een andere halfwaardetijd aan te houden: L70 (30% lichtverlies). Dat is het type led dat gemakkelijk 30.000 of 50.000 uur meegaat voordat een verlies aan lichtstroom merkbaar wordt.

 MG 1722